Twee dagen training. Energie in de zaal, goede gesprekken, deelnemers die aan het eind zeggen dat ze iets gaan doen. Zes weken later is er weinig van te zien.
Je kent dat moment. De vraag die dan komt, van de opdrachtgever of van jezelf: heeft het gewerkt?
Het antwoord is ongemakkelijk. De training werkte waarschijnlijk prima. Wat niet werkte is alles wat erna kwam.
Transfer van training is wat er van de zaal naar de werkvloer komt. Het is geen leerprobleem. Deelnemers weten het nog prima, ze doen het alleen niet.
Niemand heeft het gemeten. Ze hebben het gevraagd.
Opleidingsprofessionals in 150 organisaties rapporteerden in 2006 dat 62 procent van de deelnemers het geleerde direct toepast. Na een half jaar is dat 44 procent, na een jaar 34 procent (Saks en Belcourt, 2006).
Dat is het beste wat het vak heeft. Twintig jaar oud, en opgebouwd uit inschattingen achteraf. En op die inschattingen wordt wel besloten of jouw programma iets heeft opgeleverd.
Terugval is geen slapte. Het is logica.
Maandagochtend. Dezelfde inbox, dezelfde overleggen, dezelfde collega die het gesprek weer overneemt.
De omgeving die het oude gedrag in stand hield is niet mee geweest naar de training. Die stond te wachten.
Nieuw gedrag heeft herhaling nodig, en iets dat eraan herinnert op de momenten dat het telt. Die momenten liggen verspreid over de weken erna.
NIA Precies daar staat NIA. Naast je programma, niet erin. Wat NIA doet voor trainers.
Elk advies over borging is goed. En kost uren.
Vraag rond hoe je zorgt dat het beklijft en je krijgt overal hetzelfde lijstje. Een buddy. Een gesprek met de leidinggevende. Een coachingsessie op de werkvloer, twee weken later. Een extra sessie. Een ontwikkelplan dat terugkomt in de HR-cyclus.
Het klopt allemaal. Iedereen in het vak wijst bovendien naar dezelfde persoon: de direct leidinggevende.
En toch gebeurt het bijna nooit. Kijk naar dat lijstje en je ziet waarom. Het is allemaal geprijsd in mensenuren, van jou of van iemand anders.
Wat er dan overblijft.
Het verschil tussen mensen die veranderen en mensen die terugvallen zit niet in motivatie. Het zit in herhaling, en in iemand die het merkt als je het laat lopen. En in een omgeving die het nieuwe gedrag niet elke dag ondergraaft.
Dat is geen extra trainingsdag. Het is iets kleins dat vaak terugkomt, op de plek waar het werk gebeurt.
De vraag is dus niet hoe je een betere training maakt. Die was al goed. De vraag is wie er meekijkt op de momenten waarop het ertoe doet.
Daar bouwen we NIA voor. Kijkt mee, denkt mee, houdt je scherp. Ook tussen de sessies door, zonder extra uren van jou.