Ga naar inhoud

VERHAAL

Ik wist precies hoe het moest. Ik kon het alleen niet.

In 2009 leerde ik Scrum van een van de bedenkers zelf. Twee dagen. Daarna stond ik voor mijn eerste team en kon ik er niets mee. Weten en kunnen zijn niet hetzelfde.

Links sta ik, drie dagen na de training. Rechts staat het team dat maandag begint. De ruimte ertussen is waar dit stuk over gaat.

In 2009 deed ik de Scrum Master-training bij Jeff Sutherland. Een van de twee bedenkers van Scrum, twee dagen lang, in een zaal hier in Nederland.

Het was fantastisch. Precies de vragen die ik had werden beantwoord. Ik liep naar buiten met het gevoel dat ik het snapte.

Drie dagen later stond ik voor mijn eerste Scrum-team en had ik geen idee wat ik moest doen.

Ik wist het. Ik kon het niet.

Dat verschil gaat over gedrag op de werkvloer. Niet of iemand iets geleerd heeft, maar of hij het maandag ook echt anders doet.

Er ging niets mis.

Een training kan volledig slagen en toch geen ander gedrag opleveren. Kennis en vaardigheid zijn twee verschillende dingen, en twee dagen les levert vooral het eerste. Wat daarna ontbreekt is geen kennis maar oefening, en die kan een zaal niet geven.

Dit is het ongemakkelijke deel. Er was niemand om aan te wijzen.

De training was niet te kort en niet te oppervlakkig. De trainer was letterlijk de persoon die het bedacht had.

En ik wilde het echt. Ik had te veel projecten gezien die eindeloos duurden en niets opleverden. Dat moest anders, en ik wist dat dit de weg was.

En toch stond ik daar.

Vier niveaus, en het derde is het lastige.

Het bekendste evaluatiemodel in opleidingsland is dat van Kirkpatrick en kent vier niveaus. Ze lopen van hoe leuk deelnemers het vonden tot wat de organisatie eraan heeft. De eerste twee meet je met een formulier, maar het derde vraagt dat iemand maanden later op de werkvloer kijkt.

  1. Reactie. Wat vond je ervan? Het formulier aan het eind van de dag.
  2. Leren. Weet je het nu? Een toets, een opdracht, een gesprek.
  3. Gedrag. Doe je het ook? Zichtbaar in het werk, weken later.
  4. Resultaat. Levert het de organisatie iets op?

Niveau 3 is gedrag: wat iemand weken later in het echte werk anders doet.

Op niveau 1 en 2 scoorde die training van mij vol. Ik vond het geweldig en ik wist het. Op niveau 3 was ik een nul.

Dat derde niveau heet in het vak Kirkpatrick niveau 3. Ik had die term nog nooit gehoord toen ik voor dat team stond, en ik bouw inmiddels een product in precies dit vak.

NIA Dit is het niveau waar NIA meekijkt. Niet in een formulier achteraf, maar in het werk zelf. Wat NIA doet voor organisaties.

Wat het wel oploste.

Wat het gat sloot was geen extra training maar een mens. Een externe coach liep mee met het team en zei er iets van op het moment dat het misging. Dat werkte omdat het zich herhaalde, en omdat het in het echte werk gebeurde en niet in een zaal.

Voor het team was hij ongelofelijk waardevol. Voor mij ook, en op een manier die geen tweede training had kunnen leveren.

Hij zag me worstelen. Een nieuw team, van ontwikkelaars tot marketing, en een manier van werken die voor iedereen nieuw was.

Ze keken naar mij, en ik wist het zelf ook niet zo goed. Daar leer je van, op dat moment, met die mensen.

En daar zit meteen waarom het bij zo weinig mensen zo gaat. Een coach naast je zetten kost geld en het kost iemands tijd.

Nederlandse werkgevers gaven €2.610 per opgeleide medewerker per jaar uit (CBS, Bedrijfsopleidingen). Dat budget zit grotendeels in de zaal, want dat is het deel dat je kunt inkopen.

Ondertussen ziet 32 procent van de leiders verandering echt beklijven (Gartner, 2025). Bijna tweederde dus niet.

De uren dat er niemand naast je staat.

Tussen de momenten dat een coach er is zit het echte werk. Daar valt nieuw gedrag om, en meestal merkt niemand het. Wat dan helpt is geen extra sessie, maar iets kleins dat vaak terugkomt op de plek waar het werk gebeurt.

Herhaling, dus. En iemand die het merkt als je het laat lopen.

Daar bouwen we NIA voor.

Niet als vervanging van die coach, maar als iets anders, dat een paar dingen kan die hij niet kon.

Hij was er twee dagen per maand. NIA is er altijd, en ziet daardoor het patroon in plaats van de momentopname.

Dat helpt die coach ook. Als hij weer langskomt, begint het gesprek bij wat er echt gebeurd is en niet bij wat ik me toevallig nog herinner.

Ook de dingen die ik zelf niet doorhad. En ik bepaal wat ik deel, want het is mijn beeld en geen rapportage over mij.

En hardop toegeven dat je geen idee hebt wat je doet, kost tegenover een mens altijd iets. Tegenover NIA niet.

Kijkt mee, denkt mee, houdt je scherp. Voor alle uren dat er niemand naast je staat.

NIA Wat mensen anders doen, meet je niet met een vragenlijst. Het zit in de dinsdagochtend. Daar kijkt NIA mee, op verzoek en op teamniveau. Zo werkt dat voor organisaties.

Veelgestelde vragen

  • Niveau 3 is gedrag: wat iemand weken later in het echte werk anders doet. Het bekendste evaluatiemodel in opleidingsland is dat van Kirkpatrick en kent vier niveaus, die lopen van hoe leuk deelnemers het vonden tot wat de organisatie eraan heeft. De eerste twee meet je met een formulier, het derde vraagt dat iemand maanden later op de werkvloer kijkt.

  • Wat dan helpt is geen extra sessie, maar iets kleins dat vaak terugkomt op de plek waar het werk gebeurt. Herhaling dus, en iemand die het merkt als je het laat lopen. In dit stuk was dat een externe coach die meeliep met het team en er iets van zei op het moment dat het misging.

Het volgende stuk, zonder algoritme ertussen.

Eén mail per nieuw stuk over gedrag en teams. Jij leest het voordat iemand het deelt.

Kijk even in je mail.

Er staat een bevestiging klaar. Pas als je daarop klikt, komt je adres op de lijst.

Wat we bewaren, en hoe lang.